Vrijheid is een afgestofte racefiets

Ja! Daar sta ik! Op de pedalen! Zwevend met mijn billen boven het zadel. Het stuur soepel zwiepend van links naar rechts. Ik beeld me in dat ik op de Ventoux rijd, de laatste meters, daar op het kale, winderige stuk. Ik zie het observatorium al voor me.

De Eindhovense zanger Armand zong het al: ‘Vrijheid is een volgetankte Mercedes.’ Maar vandaag is vrijheid voor mij: een afgestofte racefiets! Vandaag is het tijd voor mijn Hoogmis: de eerste wielerrit van het seizoen. Ik haal mijn fiets uit de schuur, stof hem af en sop hem in. Ik check de remmen, geen idee waar ik op moet letten, maar ik voel me profi. Ik spuit wat WD4 op willekeurige plekken en voel me helemaal het vrouwtje!

Voor het eerst dit jaar het lycra weer aan, oef… toch wat strakker dan vorig jaar. Voor de spiegel twijfel ik; sokken hoog? Nee, te professioneel. Sokken laag? Nee, te ANWB. Sokken halverwege dan maar.

De banden op 60 bar. De helm op. De voordeur open. Dan het moment; ik stap met mijn opgepoetste wielrenfiets de deur uit. Toegegeven, mijn buikje bolt wat onder mijn wielershirt. Maar toch hoop ik dat er mensen op straat zijn om me in vol ornaat te zien. Om te zien HOE COOL IK BEN!

Want vandaag ben ik weer wielrenner. Vandaag ben ik Pogacar of Van de Poel, Vollering of Kopecky. Ach wat geeft het ook, ik ben gewoon Armstrong vandaag. Stiekem wil ik toch altijd Armstrong zijn.

Ik zet af in mijn straat, hoop dat mijn buren de vitrage-gordijntjes openschuiven. Ik mag gezien worden. Ik klik in. Ik klik in… nog eens dan.  Ik klik weer mis, glijd met mijn voet van het pedaal. En hoop vurig dat niemand in de straat me ziet.

Lekker, de bocht om. Voelt goed, knietje naar buiten. Daar is het stoplicht. Ik hoop op groen. Ik hoop op oranje. Het wordt rood. Ik rem. Ik klik uit. Ik. Klik. Uit. Ik – shit! – klik – shit! – uit –

Shit! Daar ga ik. Héél, héél langzaam kantelt mijn lichaam, met de fiets er nog aan en de voeten nog in de pedalen. Mijn blikveld draait 90 graden. Alle mensen op straat kijken naar me. Ik voel het asfalt naderen. Daar lig ik. Als de kalkomtrek van een lijk op het asfalt. Nog steeds met mijn voeten in de pedalen. Stevig vastgeklikt.

Ik keer om. Ga met geschaafde knieën, gescheurd lycra en geschaad ego weer terug naar huis. The ride of shame. Ik zie vitrages open gaan. Toevallig komen de buren net hun huis uit. En ik waan me weer op de Mont Ventoux. Dit keer ben ik Chris Froome, zonder fiets, rennend, op de kale, koude, winderige, eenzame, onbeschutte berg.

Volgend jaar mag je weer uit de schuur, fiets.

Druk druk druk druk druk brein!

Hoi brein,

Wat ben je druk vandaag! Meine gute, ik werd wakker, stond nog niet eens op, en je begon alweer te ratelen! ‘Heb je dit gedaan, heb je aan dat gedacht?’ Nee brein, ik lag te slapen. En gisterenavond viel je me er ook al mee lastig.

Ik ben psycholoog en diagnosticeer mezelf regelmatig. Allerlei DSM’etjes zijn de revue al gepasseerd. Mijn conclusie? Ik voldoe aan alle criteria van de stoornis DB. Druk Brein. Ik denk gewoon ontzettend veel. Maakt me dat chaotisch? Neuh… (ik zie denkbeeldig mijn vrienden en familie demonstratief ‘ja’ knikken).

Het is leuk hoor, al dat denken. Op de fiets onderweg naar de supermarkt kan ik bijvoorbeeld de hele keten van leven, dood en eeuwigheid overdenken. Bestaat God nou wel of niet…? En dat in een tijdsbestek van vijf minuten. Naast gedachten over wat te eten.

Maar het geeft ook veel last, dat brein. Want er is zoveel te overdenken. Ik neem jullie even mee in waar ik nu mee bezig ben: na jarenlang werken als psycholoog, veel korte contracten, snel verveeld, nieuwe baan zoeken, ben ik er nu uit: ik begin voor mezelf! Een eigen bedrijf waarin ik mijn behoefte aan afwisseling kwijt kan, dus waarom niet meteen twee functies: psycholoog en journalist?

Zegt mijn brein: ‘Maar heb je gedacht aan het regelen van een administratiesysteem, verzekeringen, registraties? En schrijf je wel genoeg als journalist? Echt hoor, veel schrijven, heel veel schrijven, meters maken! Anders kom je nergens! Etcetera, etcetera en enzovoort.

Deze gedachten proberen zich weggetjes te banen door mijn hersenen, als een soort Cu Chi tunnels. Als ik bovengrond bezig ben met de kinderen (school, speelafspraakjes, clubjes) banen mijn gedachten zich via ondergrondse gangetjes een weg naar mijn bewuste. En als ik een puzzel maak met mijn dochter, piepen ze omhoog: ‘Heb je al gedacht aan die huiswerkopdracht? Is je ondernemingsplan al af?’

Mindfulness schijnt te helpen, mediteren, therapie, coaching… en dan schijnen er nog pillen te zijn die je op de zwarte markt kunt verkrijgen. Wat mij helpt? Wie het weet mag het zeggen.  

Tot die tijd schrijf ik mijn dagboekjes vol, prop ik mijn analytische brein nog verder vol met theorie uit zelfhulpboeken en ga ik iedere dag… correctie, probéér ik iedere dag op tijd naar bed te gaan.

Zoals vandaag, het goede voornemen om tien uur ’s avonds naar bed te gaan. Wááát is het alweer twee voor twaalf? Dag brein, ik ga naar bed. Val je me alsjeblieft niet lastig?

Wat zou ik graag gelovig willen zijn

Het is elf uur ’s avonds, Goede Vrijdag, de paastaken hangen zwaar van de versiering over mijn laptop en ik zit alleen thuis met mijn 3e rode wijn. Mijn vriend is naar de paaswake in de kerk. Hij is katholiek. Jezus is vandaag gestorven aan het kruis. Lief dat mijn vriend steun gaat betuigen in de kerk vanavond. Ik drink het bloed van Christus wel, om in het thema te blijven. Iemand moet het doen. Maar ik geloof niet. Wél in wijn, niet in God. Zo, dat is eruit.

En toch doe ik deze dagen alsof ik gelovig ben. Ik kijk naar The Passion op tv en denk: ‘Ik zou ook eens wat liever voor mijn vrienden moeten zijn.’ Ik zoek op internet op wanneer de Paasmissen zijn. Ik draai op Spotify de Matthaüs Passion, wel alleen de stukken zonder gepraat. Ik zoek eindeloos naar oppas voor onze twee dochtertjes, om ook een paasmis mee te kunnen pakken. Maar ik geloof niet. Sorry God, ik geloof niet.

Ik ben zelfs gaan bidden. Gisteren. In bed. Voor het eerst sinds lange tijd. Ik bad iets van: ‘Sorry God, dat ik zo lang niets van me heb laten horen, maar ik weet eigenlijk niet of je (moet ik u zeggen?) wel bestaat. Ben je eigenlijk een man of een vrouw? Oh, sorry, dat is misschien een impertinente vraag’. Maar ik geloof niet. Sorry God, ik geloofde ook gisteren al niet, toen wij in gesprek waren.

En mijn vriend zit daar gezellig bij het paas-event, de mis. Ik heb fomo. Is het gezellig daar? Naast wie zit hij? Ontmoet hij leuke mensen? Is de muziek zo mooi dat iedereen (heel Utrecht!) het er morgen nog over heeft? Ruikt het lekker naar kaars? Kwam het water van de wc borstel in zijn gezicht? Ervoer hij Hem dichtbij? Was dat fijn?

Ik voel me een oppervlakkig wezen voor wie Pasen alleen is: eieren zoeken, chocola voor de kinderen kopen, chocola zelf opeten als de kinderen slapen, rode wijn drinken, advocaatje lepelen bij de lunch (want geel = kleur van kuiken = paasig = dus noodzakelijk kwaad). Ik voel me een oppervlakkig wezen omdat ik al weken met mijn ouders en zussen in de gezinsapp contact heb over wie wat meeneemt voor de brunch. Ik vind het verachtelijk van mijzelf dat ik brunch zeg in plaats van lunch, terwijl het wel gewoon op lunchtijd is.

God, ik zóú wel gelovig willen zijn. Ik zou al die chocola en wijn en wat al nog pas tot me willen nemen, nadat ik eerst mijn zonden heb overdacht. Nadat ik eerst aan Jezus heb gedacht en de lijdensweg die hij heeft doorstaan. Nadat ik aan alle mensen heb gedacht die lijden en in oorlog zijn. Nadat ik me heel goed heb gerealiseerd hoe dankbaar ik mag zijn. En dan zou ik die chocola in mijn mond proppen en zou het me allemaal nog veel beter smaken. Chocola is toch ook liefde, hè God? God? God…?

Op reis… in mijn hoofd

Twee jaar geleden startte ik mijn website ´Mama op reis´. Ik zat in een hotelkamer in Peru en wist dat ik van reizen mijn beroep wilde maken. Met één belemmering: ik was (en ben) mama. Van een schoolgaand kind en een bijna schoolgaand kind. En dat maakt reizen net wat lastiger. Op dat moment, in Peru, was ik niet alleen in de hotelkamer. Mijn vriend was er ook. En mijn twee kinderen. Jahaa, het kan dus prima, reizen met kinderen! Wij gingen voor 5 maanden. Maar daarna begon de leerplicht, de oudste werd 5. Dat reizen combineren met moederschap en er ook nog eens geld mee verdienen, werd dus een projectje. En dat projectje, daar zit je nu naar te kijken, op deze website.

Mama op Reis moest een platform worden waarop ik allemaal Instagram waardige foto’s zou posten over fantastische reizen die ik met mijn gezin ondernam. Ja, we zouden ons zelfs uitgeschreven hebben uit Nederland, waardoor we onbeperkt konden reizen! Ik zou steeds meer trouwe volgers krijgen en ik zou ze met mijn prachtige reisverhalen inspireren om hetzelfde te doen.

De realiteit is anders; we hebben sindsdien geen verre reis meer gemaakt. Vakantie gingen niet verder dan Nederland, België en Frankrijk en, nou ja, in de winter naar Tenerife. We kampeerden de afgelopen 2 jaar op de meest burgerlijke campings, tussen de 60-plussers die de hele dag op hun luie tuinstoel (met uitklapbare voetensteun!) lagen. Van reizen was geen sprake. We hebben gewoon, heel burgerlijk, maximaal 2 weken achtereen vakantie gevierd.

Maar ik heb wel degelijk gereisd. Oh ja! In mijn hoofd, in boeken, in Utrecht en in de mogelijkheden die er allemaal wél zijn als bijna-veertiger en moeder van 2 jonge kinderen. En over die avonturen bericht ik jullie in mijn volgende blogs.

Groetjes,

Esther