Wat zou ik graag gelovig willen zijn

Het is elf uur ’s avonds, Goede Vrijdag, de paastaken hangen zwaar van de versiering over mijn laptop en ik zit alleen thuis met mijn 3e rode wijn. Mijn vriend is naar de paaswake in de kerk. Hij is katholiek. Jezus is vandaag gestorven aan het kruis. Lief dat mijn vriend steun gaat betuigen in de kerk vanavond. Ik drink het bloed van Christus wel, om in het thema te blijven. Iemand moet het doen. Maar ik geloof niet. Wél in wijn, niet in God. Zo, dat is eruit.

En toch doe ik deze dagen alsof ik gelovig ben. Ik kijk naar The Passion op tv en denk: ‘Ik zou ook eens wat liever voor mijn vrienden moeten zijn.’ Ik zoek op internet op wanneer de Paasmissen zijn. Ik draai op Spotify de Matthaüs Passion, wel alleen de stukken zonder gepraat. Ik zoek eindeloos naar oppas voor onze twee dochtertjes, om ook een paasmis mee te kunnen pakken. Maar ik geloof niet. Sorry God, ik geloof niet.

Ik ben zelfs gaan bidden. Gisteren. In bed. Voor het eerst sinds lange tijd. Ik bad iets van: ‘Sorry God, dat ik zo lang niets van me heb laten horen, maar ik weet eigenlijk niet of je (moet ik u zeggen?) wel bestaat. Ben je eigenlijk een man of een vrouw? Oh, sorry, dat is misschien een impertinente vraag’. Maar ik geloof niet. Sorry God, ik geloofde ook gisteren al niet, toen wij in gesprek waren.

En mijn vriend zit daar gezellig bij het paas-event, de mis. Ik heb fomo. Is het gezellig daar? Naast wie zit hij? Ontmoet hij leuke mensen? Is de muziek zo mooi dat iedereen (heel Utrecht!) het er morgen nog over heeft? Ruikt het lekker naar kaars? Kwam het water van de wc borstel in zijn gezicht? Ervoer hij Hem dichtbij? Was dat fijn?

Ik voel me een oppervlakkig wezen voor wie Pasen alleen is: eieren zoeken, chocola voor de kinderen kopen, chocola zelf opeten als de kinderen slapen, rode wijn drinken, advocaatje lepelen bij de lunch (want geel = kleur van kuiken = paasig = dus noodzakelijk kwaad). Ik voel me een oppervlakkig wezen omdat ik al weken met mijn ouders en zussen in de gezinsapp contact heb over wie wat meeneemt voor de brunch. Ik vind het verachtelijk van mijzelf dat ik brunch zeg in plaats van lunch, terwijl het wel gewoon op lunchtijd is.

God, ik zóú wel gelovig willen zijn. Ik zou al die chocola en wijn en wat al nog pas tot me willen nemen, nadat ik eerst mijn zonden heb overdacht. Nadat ik eerst aan Jezus heb gedacht en de lijdensweg die hij heeft doorstaan. Nadat ik aan alle mensen heb gedacht die lijden en in oorlog zijn. Nadat ik me heel goed heb gerealiseerd hoe dankbaar ik mag zijn. En dan zou ik die chocola in mijn mond proppen en zou het me allemaal nog veel beter smaken. Chocola is toch ook liefde, hè God? God? God…?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *